Studiegids Natuur- en Sterrenkunde 2013-2014

inhoudsopgave
Studiegids Natuur- en Sterrenkunde 2013-2014
1 How to read this study guide
1.1
1.2
1.3
Aim of the study guide of Physics and Astronomy
Some basic concepts: credits, levels and course codes
Overview of study guide structure
2 De Bacheloropleiding
2.1
Inleiding
2.2
Het standaardprogramma
2.2.1
Inleiding
2.2.2
Verplichte majorcursussen en onderzoek
2.2.3
Major keuzecursussen
2.2.4
Profileringsruimte
2.2.5
Academische vaardigheden
2.2.6
Het eerste studiejaar
2.2.7
Het tweede studiejaar
2.2.8
Het derde studiejaar
2.3
Het twinprogramma
2.3.1
Inleiding twinprogramma
2.3.2
Informatie over wiskunde voor twin
2.3.3
Indeling eerste, tweede en derde studiejaar voor twin
2.4
Honoursprogramma
2.5
Samenwerking Technische Universiteit Eindhoven
2.6
Studiebegeleiding
2.7
Bindend studieadvies
2.8
Maatregel harde knip
2.9
Cum Laude
2.10
Aanbevolen studiepaden
2.10.1 Studiepaden voor masterprogramma’s binnen Natuur- en Sterrenkunde
2.10.2 Andere masterprogramma’s en minoren aan de UU
2.10.3 Andere Nederlandse universiteiten
2.11
Studeren in het buitenland
3 The Master's Programs
3.1
3.2
3.3
3.4
3.4.1
3.4.2
3.4.3
3.4.4
3.4.5
Introduction
Admissions requirements
Applications and deadlines
Description of the programs
Nanomaterials: Chemistry & Physics
Experimental Physics
Meteorology, Physical Oceanography and Climate (MPOC)
Theoretical Physics
History and Philosophy of Science
inhoudsopgave
4 General information about studying
4.1
Introduction
4.2
Study information and supervision
4.3
Do’s and don’ts for courses and exams
4.4
Approval of courses/activities that are not part of a standard BSc or MSc
program
4.5
Graduation procedure
4.6
Complaints
5 Course list
6 Belangrijke adressen
hoofdstuk 1
1 HOW TO READ THIS STUDY GUIDE
1.1 AIM OF THE STUDY GUIDE OF PHYSICS AND ASTRONOMY
This is the study guide 2013/2014 of the education programs in Physics and Astronomy. It aims to inform students, lecturers and interested others about the
study programs and the courses delivered as part of the bachelor and master degree programs. Although the information in this course catalogue is partly in
Dutch, the parts that are important for master students are in English.
In addition to this study guide, you can use the online resources listed below to
find information.
1. The student tracking system Osiris. Through Osiris you can sign up for courses; de-enrol yourself from courses; register for exams; view your exam results; monitor your academic progress; pass on your new address and access
your personal course schedule.
2. The educational pages of the Faculty of Science. Here you find information on
time schedules of courses and examinations.
3. Blackboard, a so-called Electronic Learning Environment that functions as a
support tool in a number of lecture courses. It contains, for example, subjectspecific information and coursework results.
4. The teaching and examination regulations (OER) and the Student's Charter
(studentenstatuut). These documents set out the rights and obligations of the
student, the lecturer and the Department; the rules and regulations for (interim) exams; the procedure for making a complaint etc. They also contain a list
of useful addresses.
5. The University Study guide (Onderwijscatalogus UU) which describes the
course offerings of all departments of Utrecht University.
6. Announcements and changes in the study programs will be communicated by
e-mail and on Blackboard.
You have to read your e-mail daily
If you have any comments on this study guide, please contact Mrs P. Wilmes,
Minnaert Building, room 122, 030 253 3610.
hoofdstuk 1
1.2 SOME BASIC CONCEPTS: CREDITS, LEVELS AND COURSE CODES
Europe has a uniform system for crediting courses: the 'European Credit Transfer
System' (ec). 1 ec is equivalent to 28 hours of study; a full program consists of
60 ec per year.
Each course has a level: level 1 means 'introductory', level 2 means 'deepening',
level 3 'advanced' and level M 'master level'.
Each course also has a course code, which is unique. The course codes also give
information about the course:
• The first 3 symbols are characteristic for the Department that is responsible for
the course. Physics and Astronomy has 'NS-'; Mathematics 'WIS'.
• Master courses then have 2 letters, indicating the program to which the course
belong: NM=Nanomaterials, HP=History and Philosophy of Science,
MO=Meteorology, Physical Oceanography and Climate, PP/EX=Experimental
physics, TP=Theoretical Physics.
• The first number gives the level of the course: '1' means level 1; '2' level 2, '3'
level 3.
• At the end of the code: 'B' stands for Bachelor course, 'BP' for non-major optional course (profileringscursus) and 'M' for Master course.
1.3 OVERVIEW OF STUDY GUIDE STRUCTURE
Chapters 2 and 3 contain the information that you will probably need to look up
most often. Chapter 2 (completely in Dutch) lists the Bachelor’s degree program
in Physics and Astronomy. Chapter 3 (in English) deals with the Master’s degree
programs.
Please note that you can find up-to-date course timetables via 'Osirisstudent' or
the 'Onderwijscatalogus UU'.
Chapter 4 presents some rules and regulations with respect to course administration, exams, supervision and counselling.
Chapter 5 lists the course titles and lecturers.
Chapter 6 lists a number of addresses that may be useful to you during your
studies. It also contains a calendar with the academic year schedule.
We wish you every success with your studies.
September 2013
hoofdstuk 2
2 DE BACHELOROPLEIDING
2.1 INLEIDING
De bacheloropleiding Natuur- en Sterrenkunde heeft als ingangseis een vwodiploma Natuur en Techniek of een vwo-diploma met een ander profiel aangevuld
met wiskunde b en natuurkunde. Je wordt ook toegelaten met een hboeinddiploma technische natuurkunde, (technische) informatica, electrotechniek of
een opleiding tot leraar natuurkunde in het voortgezet onderwijs.
Over andere vooropleidingen moet je contact opnemen met de examencommissie van de opleiding (informatie bij mw. P. Wilmes, 030 253 3610) of de studieadviseur (mw. [email protected], 030 253 1019)
De standaard bacheloropleiding heeft een omvang van 180 ec, verdeeld over
drie jaarprogramma's van 60 ec.
Het hart van de bacheloropleiding wordt de major genoemd, de wetenschapsdiscipline waarin de student studeert. In de major zitten de verplichte cursussen waarin de belangrijkste natuurkundige theorieën en vaardigheden worden
geïntroduceerd. Een belangrijk onderdeel is ook de wiskunde, de taal waarin de
fysische wetten geformuleerd worden. Naast de verplichte cursussen biedt de
major een groot aantal major keuzecursussen die aansluiten bij het onderzoek
en de masterprogramma’s van het departement. De major wordt afgesloten met
het bacheloronderzoek.
Naast de major is er de profileringsruimte waar je een eigen invulling aan kunt
geven. Dit kan een verdere verdieping of verbreding binnen natuur- en sterrenkunde zijn, maar het kan ook een ruimere verbreding van de studie inhouden
naar andere wetenschapsdisciplines aangeboden door de Universiteit Utrecht.
Binnen de profileringsruimte kan ook een minor worden gedaan: een samenhangend pakket van cursussen in een bepaald vakgebied.
Naast het standaardprogramma wordt ook het twinprogramma aangeboden,
een combinatie van een major natuur- en sterrenkunde en een major wiskunde.
Het programma richt zich op studenten met belangstelling voor theoretische fysica, (zuivere) wiskunde en de vele raakvlakken daartussen. Het is zwaarder dan
het standaardprogramma: het bevat de verplichte onderdelen van beide afzonderlijke programma’s, is qua omvang 217,5 ec en bevat minder profileringsruimte. Door de afgestemde roostering is het mogelijk om ook het twinprogramma in
3 jaar af te ronden. Om dit programma te volgen moet je zowel voor de opleiding Natuur- en Sterrenkunde als voor de opleiding Wiskunde zijn ingeschreven
(het maakt niet uit welke opleiding de eerste inschrijving is, want Wiskunde biedt
precies hetzelfde twinprogramma aan). Voor een volledig overzicht van de mogelijkheden van dit programma zijn de studiegidsen van beide opleidingen nodig.
Alle bachelorcursussen worden aangeboden op drie cursusniveaus: inleidend
(niveau 1), verdiepend (niveau 2) en gevorderd (niveau 3).
De niveaus zijn terug te vinden in de cursuscode (zie paragraaf 1.2).
hoofdstuk 2
2.2 HET STANDAARDPROGRAMMA
2.2.1 Inleiding
Het gehele bachelorprogramma (180 ec) bestaat uit de volgende 3 onderdelen:
1. verplichte majorcursussen
82,5 ec
• 45 ec op niveau 1
• 22,5 ec op niveau 2
• 15 ec op niveau 3 (bacheloronderzoek)
2. major keuzecursussen
52,5 ec
• 7,5 ec op niveau 1
• 15 ec op niveau 2
• 30 ec op niveau 3
3. profileringsruimte
45 ec
• waarvan minstens 15 ec op niveau 2
Binnen de profileringsruimte kunnen één of meer minoren worden gevolgd.
In schema ziet dat er als volgt uit:
Niveau 1
Major verplicht
45
Major keuze
7,5
Profilering (evt. minor)
7,5*
Totaal
60
Niveau 2
22,5
15
22,5*
60
Niveau 3
15
30
15*
60
Totaal
82,5
52,5
45
180
* Voorwaarde: minstens 15 ec op niveau 2. De verdeling over de niveaus van de profileringsruimte
mag dus ook anders dan hier wordt gesuggereerd. Indien de profilering bijv. volledig buiten natuur- en sterrenkunde wordt ingevuld is een verdeling: 22,5 ec op niveau 1, 15 ec op niveau 2 en
7,5 ec op niveau 3 meer voor de hand liggend.
De cursussen die behoren tot de verschillende onderdelen staan hieronder.
In paragraaf 2.2.6, 2.2.7 en 2.2.8 staan suggesties voor de planning van het onderwijs in respectievelijk het 1e, 2e en 3e studiejaar.
2.2.2 Verplichte majorcursussen en onderzoek
In de major natuur- en sterrenkunde zijn de volgende cursussen verplicht.
Op niveau 1:
NS-106B Relativistische en klassieke mechanica
NS-108B Golven en optica: theorie en praktijk
NS-109B Data acquisitie en toegepaste analyse
NS-112B Elektromagnetisme
WISN101 Wiskundige technieken 1
WISN102 Wiskundige technieken 2
Totaal op niveau 1: 45 ec
Op niveau 2:
NS-202B Kwantummechanica
NS-203B Statistische fysica
WISN203 Wiskundige technieken 3
Totaal op niveau 2: 22,5 ec
Op niveau 3:
NS-310B Bacheloronderzoek
7,5
7,5
7,5
7,5
7,5
7,5
ec
ec
ec
ec
ec
ec
7,5 ec
7,5 ec
7,5 ec
15
ec
Het bacheloronderzoek is het verrichten van een experimenteel onderzoek of
het schrijven van een scriptie over een onderwerp uit de natuurkunde. Voorop
staat een zelfstandige inbreng, het schrijven van een verslag en presentatie van
de resultaten.
Het bacheloronderzoek kan op ieder vakgebied binnen het departement Natuuren Sterrenkunde worden gedaan (zie ook paragraaf 2.2.8.2).
hoofdstuk 2
2.2.3 Major keuzecursussen
Er is een groot aanbod van keuzecursussen binnen de major. De cursussen zijn
geconcentreerd rond de verschillende onderzoeksrichtingen van het departement
Natuur- en Sterrenkunde. Dit zijn theoretische natuurkunde, nanomaterialen,
meteorologie en fysische oceanografie, deeltjesfysica en geschiedenis en
grondslagen van de natuurkunde. De onderzoeksrichtingen zijn verbonden met
masterprogramma’s die als vervolg op de bacheloropleiding gevolgd kunnen
worden. In dit hoofdstuk is ook een paragraaf 'aanbevolen studiepaden'
opgenomen waarin suggesties worden gedaan voor de keuze.
Bij het kiezen geldt voor het standaardprogramma als voorwaarde dat:
1. tenminste 30 ec aan cursussen op niveau 3 ligt en
2. tenminste 15 ec aan cursussen op niveau 2 ligt. Dit aantal mag worden verminderd in de mate waarin het minimum op niveau 3 wordt overschreden.
NB: deze randvoorwaarden betekenen dat op niveau 1 binnen de major maximaal 7,5 ec aan major keuzecursussen kan worden opgevoerd. Kiest men meer
cursussen op niveau 1 dan komen deze ten laste van de profileringsruimte.
Onderstaande major keuzecursussen worden dit studiejaar aangeboden. Voor
de beschrijving van de inhoud van de cursussen zie de universitaire onderwijscatalogus.
Op niveau 1 (geschikt voor 1e jaars studenten):
Code
Cursus
NS-155B De wetenschappelijke revolutie
NS-156B Inl. in de bouw en ontwikkeling van sterren
NS-157B Atmosfeer en oceaandynamica
Per./timeslot
4/C
4/A
3/D
Op niveau 2 (tenminste 1 uit 2):
NS-265B
Stromingsleer en transportverschijnselen
NS-266B
Structuur van de materie
3/D
3/C
Op niveau 2 (tenminste 1 uit 4):
NS-251B
Elektrodynamica
NS-255B
Klimaat, straling en thermodynamica
NS-256B
Numerieke methoden voor fysici en astronomen
NS-276B
Experimentele onderzoeksstage
4/D
4/A
4/C
4/B
Op niveau 3 (ook geschikt voor 2e jaars studenten):
NS-350B
Voortgezette mechanica
2/B
Op niveau 3:
NS-352B
Moderne gecondenseerde materie
2/A
NS-353B
Geofysische stromingsleer
1/A
NS-361B
Geschiedenis van de moderne natuurkunde
4/D
NS-363B
Klimaatdynamica
3/A
NS-364B
Klassieke veldentheorie
3/C
NS-369B
Subatomaire fysica
3/D
NS-370B
Voortgezette statistische fysica
1/C
NS-371B
Kwantummaterie
4/C
NS-375B
Voorgezette Quantummechanica
2/C
Het is ook toegestaan om, uitsluitend na toestemming van de studieadviseur en
de docent, op niveau 3 cursussen uit de masterprogramma’s Nanomaterials, Experimental physics, Meteorology, Physical Oceanography and Climate (MPOC),
Theoretical Physics en cursussen met NS-code uit de masterprogramma's History
hoofdstuk 2
& Philosophy of Science en Nanomaterials: Chemistry and Physics op te voeren
als majorgebonden keuzecursussen.
Pas op: deze cursussen kunnen dan niet opgevoerd worden als later het masterprogramma gevolgd wordt!
2.2.4 Profileringsruimte
In de profileringsruimte kunnen alle cursussen aangeboden door de Universiteit
Utrecht gekozen worden, inclusief cursussen behorende bij de eigen major. De
enige voorwaarde is dat minstens 15 ec van niveau 2 (of hoger) is. Deze cursussen zijn te vinden in de Utrechtse onderwijscatalogus.
NB. Houd er rekening mee dat andere opleidingen andere inschrijfperiodes kunnen hebben.
In de profileringsruimte kunnen ook cursussen worden opgenomen -na goedkeuring van de examencommissie- verzorgd door een andere Nederlandse of een
buitenlandse universiteit.
Natuur- en sterrenkunde biedt een aantal cursussen aan voor de profileringsruimte:
NS-194B
Klimaatverandering in context 1
3/D
NS-257B
Filosofie en grondslagen van de natuurkunde
2/A
Indien voor een samenhangend geheel van cursussen bij een opleiding wordt gekozen dan kan dit onder de aanduiding 'minor' op het getuigschrift van het
examen worden vermeld. Een minor is een samenhangend pakket van cursussen
met een omvang van 30 of 45 ec, waarvan ten minste 7,5 ec op niveau 2 of hoger. De minor mag niet op het vakgebied van de major liggen.
Een uitzondering is de minor Geschiedenis en Filosofie van de Natuurwetenschappen waarin de cursussen De wetenschappelijke revolutie (NS-155B) en Geschiedenis van de moderne natuurkunde (NS-361B) opgenomen mogen worden.
Deze cursussen kunnen dan niet meer als marjo keuzecursussen worden opgevoerd.
Voor meer informatie zie de onderwijscatalogus en de minorenwebsite.
Men kan ook zelf een minor samenstellen en ter goedkeuring voorleggen aan de
betreffende examencommissie. Bespreek je ideeën vooraf met de studieadviseur:
1e jaars bachelor mw.drs. J. van Dijk (BBg 181), 2e en 3e jaars NAST drs. J.N.C.
Koekchoven (BBg 1.23) , Twin-studenten mw.drs. M.M. Brands (Bbg 1.79).
De Faculteit Bètawetenschappen biedt verschillende goedgekeurde minoren aan:
http://www.uu.nl/minors > minor zoeken > aangeboden door > Faculteit Bètawetenschappen.
2.2.5 Academische vaardigheden
Onder academische vaardigheden wordt, specifiek voor de natuur- en sterrenkunde, verstaan:
• een probleem analytisch kunnen benaderen;
• een ingewikkeld probleem kunnen reduceren naar een model;
• het kunnen opstellen van een onderzoeksplan;
• een wetenschappelijk artikel kunnen lezen;
• het schriftelijk en mondeling kunnen presenteren van de resultaten van een
onderzoek;
• het kunnen hanteren van wetenschappelijke computersoftware;
1
Vanwege enige overlap kan deze cursus niet gekozen worden in combinatie met NS-157B Atmosfeer- en oceaandynamica.
hoofdstuk 2
•
het inzicht hebben in het maatschappelijke belang van de natuurwetenschappen.
Het aanleren van vaardigheden is ondergebracht in verschillende cursussen.
De cursus 'DATA' richt zich op het aanleren van computertalen, ict-vaardigheden
en methoden voor de verwerking van data.
In het 'practicum' worden onderzoeksvaardigheden aangeleerd zoals het leren
opstellen van een onderzoeksplan, het leren experimenteren en het presenteren
van de resultaten.
De keuzecursussen in de experimentele richtingen zijn vaak een combinatie van
theorie en eigen onderzoek.
In de cursussen 'de wetenschappelijke revolutie' en 'geschiedenis van de moderne natuurkunde' wordt vakwetenschappelijke kennis in een bredere wijsgerige
context geplaatst.
Tenslotte is er het afsluitende bacheloronderzoek waarin een groot aantal academische vaardigheden samenkomen.
2.2.6 Het eerste studiejaar
Bachelorstudenten met een major Natuur- en Sterrenkunde kunnen in hun eerste
studiejaar het beste de volgende cursussen volgen:
1. alle verplichte cursussen van de major op niveau 1, totaal 45 ec;
2. een majorgebonden keuzecursus op niveau 1 of hoger en
3. een cursus uit de profileringsruimte (kan ook een majorgebonden keuzecursus zijn).
Hieronder staat de verdeling van de studiebelasting over de perioden, met het
aantal ec.
Blok 1
Relativistische en klassieke
mechanica (ns-106b)
Wiskundige technieken 1
Totaal:
Blok 3
Golven & optica: theorie en
praktijk (ns-108b)
Keuze
Totaal:
7,5
15
Blok 2
Data acquisitie en toegepaste
analyse (ns-109b)
Wiskundige technieken 2
Totaal:
7,5
15
7,5
Blok 4
Elektromagnetisme (NS-112B)
7,5
7,5
7,5
15
Keuze
Totaal:
7,5
7,5
15
Op donderdag 14 november 2013 van 13.00-15.00 uur wordt een uitgebreide voorlichting gegeven
over de (majorgebonden) keuzecursussen zodat tot een goede invulling van de perioden 3 en 4
gekomen kan worden.
2.2.7 Het tweede studiejaar
In het tweede studiejaar is er naast het verplichte deel ruimte voor 5 (majorgebonden en profilering) keuzecursussen. Kijk bij de invulling van de keuze naar
de niveaueisen en naar de plannen voor een toekomstige masteropleiding.
Hieronder staat per periode de verdeling van de verplichte onderdelen en het
aantal ec keuze waarvoor ruimte is om tot een volledig programma te komen.
Blok 1
Statistische fysica
Wiskundige technieken 3
Totaal:
7,5
7,5
15
Blok 2
Kwantummechanica
Keuze
Totaal:
7,5
7,5
15
hoofdstuk 2
Blok 3 minimaal 1 uit 2 (à 7,5)
1. Structuur van de materie
2. Stromingsleer en transportverschijnselen
Keuze
7,5
Totaal:
15
Zie ook de informatie over roosters.
Blok 4 minimaal 1 uit 4 (à 7,5)
1. Electrodynamica
2. Klimaat, straling en thermodynamica
3. Numerieke methoden
4. Experimentele onderzoeksstage
Keuze
Totaal:
7,5
15
2.2.8 Het derde studiejaar
Het derde studiejaar bestaat uit twee onderdelen:
1. zes keuzecursussen (45 ec)
2. bacheloronderzoek (15 ec)
2.2.8.1 Keuzecursussen
Bij de keuze van cursussen moet je rekening houden met:
• de eisen aan de majorgebonden keuzecursussen (minstens 15 ec op niveau 2
en minstens 30 ec op niveau 3);
• de eisen voor de profileringsruimte (minstens 15 ec op niveau 2) of voor de
eventuele minoren;
• de eventuele toelatingseisen voor masterprogramma’s waarin men geïnteresseerd is.
Zorg voor een goede verdeling van de studielast over het jaar: circa 15 ec per
blok. We raden je aan je plannen door te spreken met de studieadviseur 1e jaars
bachelor mw.drs. J. van Dijk (BBg 181), 2e en 3e jaars NAST drs. J.N.C. Koekchoven
(BBg 1.23) , Twin-studenten mw.drs. M.M. Brands (Bbg 1.79), vooral als er bijzondere
omstandigheden zijn.
2.2.8.2 Bacheloronderzoek
De bachelor wordt afgesloten met een bacheloronderzoek (NS-310B), waarin je
onder begeleiding van een staflid, postdoc, en/of promovendus leert om onderzoek te doen op één van de onderzoeksgebieden binnen het departement Natuur- en Sterrenkunde of daaraan gelieerde groepen. Dit zal vaak experimenteel
onderzoek betreffen, maar projecten met een sterk theoretisch of numeriek karakter behoren ook tot de mogelijkheden. De nadruk ligt enerzijds op het verdiepen van de kennis op een specifiek onderwerp en anderzijds op het opdoen van
onderzoekservaring en op het leren van vaardigheden zoals de bestudering van
bestaande literatuur, het stellen van een goede onderzoeksvraag, het opstellen
van een onderzoeksplan, het formuleren van de bevindingen in een (wetenschappelijk) verslag en het presenteren van onderzoeksresultaten aan onderzoekers en medestudenten.
Wanneer?
Het onderzoek voer je in principe uit in het laatste jaar van de opleiding. Het onderzoek heeft een omvang van 15 ec gedurende een semester en vereist een
aanwezigheid van 5 à 6 dagdelen per week in dat semester.
Ingangseis: alle verplichte vakken en minimaal 90 ec afgerond.
Rooster:
hoofdstuk 2
BONZ is mogelijk in het eerste en in het derde blok. In het academisch jaar
2013-2014 gelden de volgende (harde) aanvangs- en einddata:
1. maandag 2 september 2013 – vrijdag 17 januari 2014
2. maandag 3 februari 2014 – vrijdag 20 juni 2014
Aanwezigheid bij de aanvangs- en slotbijeenkomst is verplicht.
Studielast: 15 ec, verdeel over twee blokken. Per blok kan dus maximaal 1 cursus naast BONZ worden gevolgd.
Aandachtspunten bij het verrichten van onderzoek
1. Een goede tijdsplanning is noodzakelijk. Omdat het onderzoek een semester
duurt, lijkt er in het begin tijd voldoende te zijn. Uitstelgedrag in het begin
leidt onvermijdelijk tot problemen. Snel stof inhalen zoals bij veel reguliere
cursussen mogelijk is, werkt niet bij onderzoek. Het onderzoek heeft een zekere inherente traagheid.
2. Onderzoek is (meestal) niet te voorspellen en teleurstellingen zijn dan ook
onvermijdelijk. Het omgaan met tegenslagen is een onderdeel van onderzoek.
3. Ervaring leert dat het schrijven van het verslag wordt onderschat en vaak
veel meer tijd vergt dan verwacht. Begin er dus niet te laat mee, halverwege
de onderzoekstijd is een goed startpunt.
4. Onderzoek is nooit af maar de duur van het bacheloronderzoek is beperkt.
Verslagen kunnen altijd mooier en uitgebreider. Een extra meting kan het resultaat nog mooier maken. Allemaal waar, maar zowel student als begeleider
dienen te weten dat het onderzoek voor de einddatum afgerond moet worden.
5. De praktijk is dat veel verslagen in het Engels geschreven worden. Dit wordt
aangeraden maar is geen voorschrift.
Onderzoekbeschrijving
Is een onderzoek gekozen dan moet je samen met je begeleider(s) een application form invullen en inleveren bij het Studiepunt (BBG 1.84). Dit formulier kun je
downloaden op: volgt nog.
Coördinator is de heer dr. R. Holzinger.
2.3 HET TWINPROGRAMMA
2.3.1 Inleiding twinprogramma
Natuur- en Sterrenkunde biedt samen met Wiskunde een bachelorprogramma
aan dat twee majors heeft en leidt tot een dubbel bachelordiploma: één in de
Natuur- en Sterrenkunde en één in de Wiskunde.
Het twin-programma is vooral aantrekkelijk (maar niet noodzakelijk) voor studenten die overwegen het masterprogramma theoretische natuurkunde te gaan
volgen. In totaal bevat het twinprogramma 217,5 ec.
De inhoud bestaat uit de volgende onderdelen:
1. het natuurkundedeel van het verplichte standaardprogramma van Natuur- en
Sterrenkunde; dit zijn alle verplichte natuurkundecursussen van het eerste en
tweede studiejaar, in totaal 45 ec;
2. de wiskundecursussen infinitesimaalrekening A en B, lineaire algebra, wat is
wiskunde, inleiding analyse, kansrekening en vier cursussen uit: numerieke
wiskunde, differentiaalvergelijkingen, inleiding topologie, groepentheorie,
functies en reeksen, discrete wiskunde en complexe functies: totaal 75 ec
waarvan 45 ec op niveau 1 en 30 ec op niveau 2 of 3
3. keuze uit major natuurkundecursussen, 30 of 37,5 ec, afhankelijk van waar
het bacheloronderzoek wordt uitgevoerd. Ten minste 22,5 ec dient van niveau
3 te zijn;
hoofdstuk 2
4. keuze uit wiskundecursussen, 15 of 22,5 ec, afhankelijk van waar het bacheloronderzoek wordt uitgevoerd;
5. een bacheloronderzoek van 15 ec, uit te voeren bij Natuur- en Sterrenkunde
of Wiskunde. Indien het onderzoek bij Natuur- en Sterrenkunde wordt uitgevoerd is de keuze natuurkunde 30 ec en wiskunde 22,5 ec. Indien het onderzoek bij wiskunde wordt uitgevoerd is de verdeling 37,5 ec natuurkunde en
15 ec wiskunde;
6. profilering (30 ec) waarbij tenminste 15 ec op niveau 2.
In schema zou dat er als volgt uit kunnen zien:
Niveau 1 Niveau 2
Natuurkunde verplicht
30
15
Wiskunde verplicht
45
30
Bacheloronderzoek
Natuurkunde major keuze
7,5
Wiskunde major keuze
7,5
Profilering (evt. minor)
15
Totaal
75
75
Niveau 3
15
22,5
15
15
67,5
In bovenstaand voorbeeld wordt het bacheloronderzoek bij natuurkunde uitgevoerd.
Totaal
45
75
15
30
22,5
30
217,5
2.3.2 Informatie over wiskunde voor twin
Voor een toelichting op de diverse onderdelen kan men de toelichtingen op het
standaardprogramma raadplegen (paragraaf 2.2).
De major wiskunde keuzecursussen zijn:
Code
Naam
WISB134
Modellen en simulatie 1
WISB211
Functies en reeksen*
WISB221
Groepentheorie*
WISB251
Numerieke wiskunde
WISB272
Speltheorie
WISB281
Geschiedenis van de Wiskunde
WISB241
Concrete meetkunde
WISB222
Ringen en Galoistheorie
WISB212
Analyse in meer variabelen*
WISB231
Differentiaalvergelijkingen*
WISB314
Distributies*
WISB315
Functionaalanalyse*
WISB321
Elementaire getaltheorie
WISB342
Differentieerbare variëteiten*
WISB361
Statistiek
WISB373
Investeringstheorie
WISB323
Grondslagen van de wiskunde
WISB312
Maat en integratie*
WISB341
Topologie & meetkunde*
WISB303
Caleidoscoop 2
WISB311
Complexe functies*
WISB362
Stochastische processen
WISB363
Discrete wiskunde
WISB376
Combinatorische optimalisatie
WISB377
Econometrie
Per.timeslot
3,4/D
1,2/C
1,2/C
1,2/B
1,2/D
1,2/D
3,4/D
3,4/C
3,4/C
3,4/C
1,2/D
1,2/BD
1,2/A
1,2/A
1,2/C
1,2/BC
1,2/B
3,4/B
3,4/A
3,4/D
3,4/A
3,4/D
3,4/C
3,4/C
3,4/D
Voor de cursusbeschrijvingen zie de onderwijscatalogus.
De cursussen met een '*' worden aanbevolen voor de master Theoretical physics.
Men mag maximaal drie mastercursussen wiskunde kiezen; wel vooraf overleggen met de studieadviseur van
wiskunde, mw.drs. M.M. Brands.
hoofdstuk 2
2.3.3 Indeling eerste, tweede en derde studiejaar voor twin
In het eerste studiejaar kunnen twin-studenten het beste alle verplichte cursussen van niveau 1 doen. Hieronder staat de verdeling van de studiebelasting over
de blokken in ec:
Blok 1
Relativistische en klassieke
mechanica (ns-106b)
Infinitesimaalrekening A
Wat is wiskunde
Totaal:
Blok 3
Golven en optica: theorie en
praktijk (ns-108b)
Infinitesimaalrekening B
Keuze
Totaal:
7,5
7,5
7,5
22,5
7,5
7,5
7,5
22,5
Blok 2
Data acquisitie en toegepaste
analyse (ns-109b)
Lineaire algebra
Totaal:
7,5
7,5
15
Blok 4
Elektromagnetisme (ns-112b)
7,5
Analyse
7,5
Totaal:
15
Op donderdag 14 november van 13.00-15.00 uur is er een uitgebreide voorlichting over de (majorgebonden) keuzecursussen, zodat de perioden 3 en 4 goed ingevuld kunnen worden.
In het tweede studiejaar is er naast de verplichte cursussen ruimte voor zes
(majorgebonden en profilering) keuzecursussen van 7,5 ec. Kijk bij de invulling
van de keuze goed naar de niveaueisen en naar de aanbevelingen voor de
masteropleiding die je wilt gaan doen (zie paragraaf 2.5).
Hieronder staat per blok de verdeling van de verplichte onderdelen en het aantal
ec keuze waarvoor ruimte is om tot een volledig programma te komen.
Blok 1
Statistische fysica (NS)
Keuze 4 uit 7 (WISK)
Keuze
Totaal:
Blok 3
Keuze 1 uit 2 (NS)
Keuze 4 uit 7 (WISK)
Keuze
Totaal:
7,5
7,5
7,5
22,5
7,5
7,5
7,5
22,5
Blok 2
Kwantummechanica (NS)
Keuze 4 uit 7 (WISK)
7,5
7,5
Totaal:
15
Blok 4
Keuze 1 uit 4 (NS):
Keuze 4 uit 7 (WISK)
7,5
7,5
Totaal:
15
Het derde studiejaar vraagt een zeer zorgvuldige planning.
Als enige vaste punt moet het bacheloronderzoek gedaan worden, maar vooral
dat onderdeel vraagt een vroegtijdige voorbereiding. Zie voor meer informatie
paragraaf 2.2.8.2. Als twinstudent kun je je onderzoek bij natuurkunde of bij
wiskunde doen. Meer informatie hierover is te vinden in de studiegidsen.
Bij de keuze van cursussen moet je rekening houden met:
• de eisen van aan de majorgebonden keuzecursussen (zowel wat betreft niveau
als verdeling over wiskunde en natuurkunde);
• de eisen voor de profileringsruimte (minstens 15 ec op niveau 2) of voor de
eventuele minoren en
• de aanbevolen cursussen voor de masterprogramma’s.
hoofdstuk 2
Zorg voor een goede verdeling van de studielast over het jaar; bijvoorbeeld
afwisselend 15 of 22,5 ec per periode, zoals in de schema's hierboven. Het is aan
te bevelen de plannen door te spreken met de studieadviseur 1e jaars bachelor
mw.drs. J. van Dijk (BBg 181), 2e en 3e jaars NAST drs. J.N.C. Koekchoven BBg 1.23 ,
Twin-studenten mw.drs. M.M. Brands (Bbg 1.79), vooral als er knelpunten zijn.
2.4 HONOURSPROGRAMMA
Het honoursprogramma, dat onderdeel vormt van de Science Honors Academy is
een selectief, extracurriculair programma dat start in het begin van het tweede
jaar van de bacheloropleiding, met de bedoeling de student al in een vroeg stadium in contact te brengen met toponderzoek. Het programma staat open voor getalenteerde en gemotiveerde studenten, die geselecteerd worden uit de eerstejaars studenten. Het programma bestaat uit een individueel en een gezamenlijk
deel.
Het individuele deel bestaat uit een experimentele stage van 17,5 ec, door integratie met het bacheloronderzoek kan dit uitgebreid worden naar 32,5 ec.
Het gezamenlijk deel is een studentenseminarium van 7,5 ec over actuele onderwerpen in de natuurkunde, oriëntatie op het onderzoek en uiteindelijk presentaties van het eigen onderzoek.
Daarnaast volgt de student een interdisciplinair onderdeel van 5 ec, samen met
studenten van de Science Honors Academy.
Selectie van deelnemers gebeurt op het eind van het eerste jaar door een selectiecommissie op basis van: experimentele vaardigheid, theoretische kennis en
behaalde studiepunten, daarnaast een motivatiebrief en eventueel een gesprek.
De top 10-15% van de jaarklas wordt uitgenodigd om te solliciteren. Overige studenten mogen ook solliciteren door het opsturen van een motivatiebrief met een
lengte van maximaal 500 woorden.
2.5 SAMENWERKING TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN
Met de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) bestaat een structurele samenwerking. Dit betekent dat je als UU student cursussen aan de TU/e kunt volgen
en deze op kunt voeren in de major keuzeruimte. De inhoud van deze cursussen
is aanvullend op het pakket aan UU cursussen. Voor het opvoeren van deze cursussen is geen toestemming van de examencommissie vereist. TU/e cursussen
hebben een omvang van 5 ec. Bij het gereedkomen van deze studiegids was de
definitieve lijst van cursussen en de precieze regeling nog niet bekend. Nadere
informatie zal in de loop van de eerste twee studieperiodes worden gecommuniceerd, en in de volgende versie van deze studiegids worden opgenomen.
2.6 STUDIEBEGELEIDING
De natuurkunde studieadviseur draagt zorg voor de studiebegeleiding van alle
bachelor natuurkunde studenten. Dat houdt in advies en assistentie bij studievaardigheden, planning, keuzes, problemen en bijzondere omstandigheden.
Dat kan individueel of groepsgewijs, op initiatief van de studieadviseur of de student zelf.
Studievertragende omstandigheden zoals ziekte moet je altijd zo spoedig mogelijk bij de studieadviseur melden.
Je bent welkom in BBG181, of maak een afspraak bij het studiepunt Bètawetenschappen of mail naar [email protected]
hoofdstuk 2
Als eerstejaars word je ingedeeld in een tutorgroep van ongeveer 10 studenten,
met wie je intensief samen studeert. De tutorgroep komt regelmatig samen met
de studenttutor: een ouderejaars student, die je met het studeren kan helpen.
Elke tutorgroep heeft ook een staflid-tutor: een ervaren docent, onderzoeker
en/of hoogleraar. Met deze tutor heb je een paar maal per jaar een gesprek, o.a.
over je studie, ambities en academische vaardigheden.
Bij het studiepunt Bètawetenschappen (BBG 147b) kun je terecht met vragen
over de administratieve kant van het onderwijs, zoals het inschrijven voor vakken, tentamens, cijfers, aanmelding voor bachelordiploma.
Tijdens de introductie (week 36) maak je kennis met bovengenoemde personen,
docenten, zalen en gewoontes. Je ontvangt ook een rooster en hebt de eerste
afspraak met je tutor.
2.7 BINDEND STUDIEADVIES
Tweemaal in je eerstejaar ontvang je een officieel studieadvies.
Deze adviezen worden uitgebracht door de opleidingsdirecteur, die zich laat adviseren door een commissie van docenten, studieadviseur en een hoogleraar als
voorzitter.
Het eerste niet-bindende studieadvies, eind januari, is gebaseerd op de behaalde
resultaten in de eerste periode en de evaluatie van je vorderingen in de tweede
periode. In twijfelgevallen wordt overlegd met de tutor. Je ontvangt dan een positief advies (ga zo door), een waarschuwingsadvies (studiemethode verbeteren)
of een negatief advies (uitschrijven voor 1 februari).
Het tweede bindend studieadvies (BSA) vindt plaats begin juli. Het BSA criterium
voor een positief advies is minimaal 45 ec waarvan 30 ec voor de verplichte vakken, alles behaald in dit studiejaar.
Een negatief studieadvies kan omgezet worden in een positief advies als je na de
herkansingsperiode in augustus alsnog aan de criteria voldoet. Voor de precieze
regels en rechten zie het onderwijs- en examenreglement.
2.8 MAATREGEL HARDE KNIP
De harde knip houdt in dat je bachelor geheel afgerond moet zijn voordat je aan
het masterprogramma en het bijbehorende onderwijs mag beginnen. Dit geldt
voor alle masterprogramma’s. Dit houdt tevens in dat je mastercursussen die je
tijden je bachelor gevolgd hebt niet mee kunt nemen naar je master.
Voor meer informatie zie de OER van het masterprogramma van je keuze.
2.9 CUM LAUDE
Het judicium 'cum laude' wordt toegekend aan het bachelorexamen, indien voldaan is aan elk van de volgende voorwaarden:
voor de onderdelen van de bacheloropleiding (major + profilering), met uitzondering van het bacheloronderzoek, is gemiddeld tenminste het cijfer 8,0
behaald en voor het bacheloronderzoek 8,0 of hoger;
in de loop van de studie is maximaal 1 cursus overgedaan;
voor maximaal 60 studiepunten zijn niet-meetellende vrijstellingen verkregen;
er geen beslissing is van de examencommissie (als bedoeld in art. 5.12, lid 4
onder b) inhoudend dat er vanwege vastgestelde fraude/plagiaat de student
niet meer in aanmerking komt voor een positief judicium (cum laude);
hoofdstuk 2
het bachelorexamen binnen vier jaar is behaald.
NB Deze tekst is overgenomen uit het Onderwijs- en Examenreglement (OER) van de bacheloropleiding natuur- en sterrenkunde.
Cum laude double major Natuur- en Wiskunde
Voor studenten die de twinopleiding Natuur- en Wiskunde volgen, wordt het judicium cum laude voor natuurkunde toegekend, indien voldaan is aan elk van de
volgende voorwaarden:
voor de verplichte cursussen natuurkunde, als vermeld in de bijlage punt 8
van het OER, (45 ec) de cursussen in de profileringsruimte, de keuzevakken
natuurkunde, de wiskunde cursussen Infinitesimaalrekening A+B
(WISB132+WISB137) en Lineaire Algebra (WISB 121), is gemiddeld tenminste het cijfer 8,0 behaald;
voor het bacheloronderzoek is tenminste het cijfer 8,0 of hoger behaald
in de loop van de studie is maximaal 1 onderdeel volledig overgedaan;
voor maximaal 60 studiepunten zijn niet-meetellende vrijstellingen verkregen;
er geen beslissing is van de examencommissie (als bedoeld in art. 5.12, lid 4
onder b) inhoudend dat er vanwege vastgestelde fraude/plagiaat de student
niet meer in aanmerking komt voor een positief judicium (cum laude);
het bachelorexamen binnen vier jaar is behaald.
NB Deze tekst is overgenomen uit het Onderwijs- en Examenreglement (OER) van de bacheloropleiding natuur- en sterrenkunde.
2.10 AANBEVOLEN STUDIEPADEN
Het bachelorprogramma wordt vooral in het tweede en derde studiejaar gekenmerkt door een grote keuzevrijheid. De beschikbare keuzeruimte binnen de
major en de profileringruimte samen bedraagt 97,5 ec (82,5 ec voor Twin) of,
omgerekend, 13 cursussen (11 voor Twin) van 7,5 ec. Het is aan te raden om bij
de invulling van deze keuzeruimte rekening te houden met een eventuele vervolgopleiding, c.q. aansluiting bij een later te kiezen masterprogramma. Hoewel
de afronding van een bachelorprogramma altijd toegang geeft tot minstens één
door Natuur- en Sterrenkunde aangeboden masterprogramma's, is het belangrijk
om al in een vroeg stadium een goed en samenhangend programma samen te
stellen. Een dergelijk programma geeft niet alleen een goede indruk van wat in
het masterprogramma verwacht kan worden, maar zorgt er ook voor dat geen
deficiëntiecursussen in de masterfase ingehaald hoeven te worden.
2.10.1 Studiepaden voor masterprogramma’s binnen Natuur- en Sterrenkunde
De aanbevolen studiepaden voor de diverse masterprogramma’s die Natuur- en
Sterrenkunde aanbiedt, zien er als volgt uit.
2.10.1.1 Theoretical Physics
In het masterprogramma Theoretical Physics kom je in aanraking met
moderne fysische theorieën en modellen op het gebied van de hoge-energie fysica (zoals kwantumveldentheorie, stringtheorie, algemene relativiteitstheorie), de
kwantum gecondenseerde materie (zoals Bose-Einsteincondensatie, supergeleiding, magnetisme), de zachte gecondenseerde materie (zoals colloïdale nanodeeltjes, zelfassemblage, polymeren), en de mathematische fysica. Het programma vereist een goede vaardigheid in het hanteren van abstracte wiskunde
bij fysische problemen. Studenten die niet in het Twinprogramma volgen maar
wel de cursussen Voortgezette kwantummechanica of Klassieke veldentheorie
hoofdstuk 2
kiezen wordt ten sterkste aangeraden de tweedejaars keuzecursus Wiskundige
technieken 3 te volgen.
Aanbevolen keuzes:
tweede jaar blok 2
blok 3
derde jaar
algemeen
Voortgezette mechanica
Structuur van de materie of Stromingsleer en
transportverschijnselen
blok 4
Elektrodynamica 2
blok 1
Voortgezette statistische fysica
blok 2
Voortgezette kwantummechanica
blok 3
Klassieke veldentheorie
blok 4
Kwantummaterie
wiskundecursussen op niveau 2 en 3
2.10.1.2 Nanomaterials: Chemistry and Physics
Het masterprogramma Nanomaterials: Chemistry and Physics brengt je in aanraking met het grensvlak van experimenteel natuurkundig en scheikundig onderzoek op het gebied van nanomaterialen, zoals dat in het Debye Institute for Nanomaterial Science in Utrecht beoefend wordt. Het onderzoek bestrijkt het natuurkundig onderzoek in de sectie Soft Condensed Matter and Biophysics en de
sectie Nanophotonics aan zachte gecondenseerde materie (colloïden), harde gecondenseerde materie en koude kwantumgassen. Ook kun je in aanraking komen
met onderzoek in de nanofotonica op het FOM Instituut AMOLF in Amsterdam en
in de plasmafysica op het FOM Instituut DIFFER in Nieuwegein. Je maakt kennis
met moderne lasertechnieken, geavanceerde elektron- en optische microscopietechnieken, optische en elektrische spectroscopie maar ook computersimulaties
toegepast op nanomaterialen, devices, fotonische kristallen en kwantummaterie.
Naast een goede natuurkundige basiskennis zijn bij experimenteel onderzoek het
kunnen werken in teamverband en het kunnen concretiseren van ideeën in werkbare oplossingen vereiste vaardigheden.
Voor een goede basis in de natuurkunde worden de cursussen Moderne Gecondenseerde Materie, Voortgezette Mechanica en Elektrodynamica 2 aanbevolen en
één of meer van de theoretische cursussen Voortgezette Kwantummechanica,
Voortgezette statistische fysica of Klassieke veldentheorie.
Programmeervaardigheden en simuleren van fysische problemen komen aan de
orde in het vak Numerieke methoden voor fysici en astronomen. Voor een verdere verdieping van experimentele onderzoekvaardigheden is de cursus Experimentele Onderzoekstage van belang.
Aanbevolen keuzes:
tweede jaar blok 2
blok 3
blok 4
derde jaar
blok 1
blok 2
blok 3
blok 4
Voortgezette mechanica
Structuur van de materie of Stromingsleer en
transportverschijnselen
Experimentele onderzoekstage, Numerieke methoden voor fysici en astronomen, Electrodynamica 2
Voortgezette statistische fysica
Voortgezette kwantummechanica, Moderne gecondenseerde materie
Klassieke veldentheorie
Kwantummaterie
hoofdstuk 2
2.10.1.3 Experimental Physics
Het masterprogramma Experimental Physics behoort tot de experimentele natuurkunde. Experimental physics is gericht op fundamenteel onderzoek naar materie onder extreme condities, bijvoorbeeld materie bij extreem lage of extreem
hoge temperaturen. In Utrecht wordt in eigen laboratoria onderzoek gedaan naar
Bose-Einstein condensaten en licht-materie interacties. In Geneve, met grote
deeltjesversnellers op het CERN, doen we het onderzoek naar materie met extreem hoge temperaturen. De experimentele onderzoeken variëren van handen
aan de knoppen met nieuwe detector ontwikkeling, tot aan computersimulaties
en data-analyse. Omdat de data-analyse vaak grote hoeveelheden data omvat
word de analyse gedaan met grote wereldwijde computerclusters. Kennis van
programmeertalen (met name C++) is dan onmisbaar voor een onderzoeksproject. Naast een goede natuurkundige basiskennis zijn het kunnen werken in
teamverband en het kunnen concretiseren van ideeën in werkbare oplossingen
vereiste vaardigheden.
Een introductie in het vakgebied wordt gegeven in de keuzecursussen Modern
Condensed Matter (3e jaar) en Subatomaire Fysica (3e jaar).
Voor een goede basis in de natuurkunde worden Voortgezette Mechanica, Elektrodynamica 2 en voortgezette Kwantummechanica aanbevolen.
2.10.1.4 Meteorology, Physical Oceanography and Climate
Het masterprogramma Meteorology, Physical Oceanography and Climate richt
zich op moderne onderzoeksmethoden en natuurkundige kennis die noodzakelijk
zijn voor het onderzoeken van vragen over het klimaat en de dynamica van de
atmosfeer en de oceanen. Je komt in aanraking met tal van aspecten van de meteorologie, de wisselwerking tussen atmosfeer, straling en de oceanen, de rol
van chemische processen in de atmosfeer en de evolutie van het globale klimaat.
De genoemde onderwerpen komen bij uitstek aan de orde in de keuzecursussen
op het gebied van het klimaat. Stromingsleer en transportverschijnselen en Klimaat en straling in het tweede jaar en Geofysische stromingsleer en Klimaatdynamica in het derde jaar worden aanbevolen. Voor een goede natuurkundige
basis wordt Voortgezette mechanica aanbevolen.
Aanbevolen keuzes:
eerste jaar
blok 3
Atmosfeer oceaan dynamica
tweede jaar blok 2
Voortgezette mechanica
blok 3
Stromingsleer en transportverschijnselen
blok 4
Klimaat en straling
derde jaar
blok 1
Geofysische stromingsleer
blok 3
Klimaatdynamica
algemeen
Voor de theoretisch gerichte onderzoeken wordt de wiskundekeuzecursus Differentiaalvergelijkingen aanbevolen.
2.10.1.5 History and Philosophy of Science
In het masterprogramma History and Philosophy of Science maak je kennis met
historische en wijsgerige vraagstukken over de ontwikkeling, de aard en de
werkwijze van de natuurwetenschappen, evenals de interpretatie van natuurwetenschappelijke resultaten. Je kunt zelf accenten leggen door je bijvoorbeeld bezig te gaan houden met de interpretatie van kwantummechanica en relativiteitstheorie; met de geschiedenis van de natuurkunde; maar ook met de natuurwe-
hoofdstuk 2
tenschappen in het algemeen, waartoe ook de wiskunde en levenswetenschappen gerekend worden.
Een goede introductie tot dit masterprogramma wordt verkregen door het volgen
van de keuzecursussen op niveau 1, 2 of 3 op het gebied van de grondslagen en
geschiedenis van de natuurkunde. Het is ook mogelijk een samenhangend
pakket aan cursussen op dit gebied op te voeren als minor, raadpleeg hiervoor
de minorensite te bereiken via de onderwijspagina.
Aanbevolen keuzes:
tweede jaar 2e semester
derde jaar
2e semester
Filosofie en grondslagen van de natuurkunde
(profilering)
Geschiedenis van de moderne natuurkunde.
Studenten die verder willen met Grondslagen van de kwantummechanica en/of
statistische fysica wordt aangeraden de keuzecursussen Voortgezette kwantummechanica en Kwantummaterie en/of Voortgezette statistische fysica te volgen.
2.10.2 Andere masterprogramma’s en minoren aan de UU
Er zijn vele masters aan de Universiteit Utrecht die toegankelijk zijn voor een
student die de bachelor Natuur- en Sterrenkunde heeft afgerond. De UU geeft
een mastergids uit en er is elk jaar minstens één voorlichtingsdag (meestal
medio februari) met betrekking tot de masters in Utrecht, ruim voor de aanmeldingsdeadline voor een start in september van hetzelfde jaar. Maak van deze
informatiemogelijkheden gebruik om je vroegtijdig te oriënteren op een master.
In deze paragraaf worden een paar mogelijkheden genoemd.
2.10.2.1 Natural Sciences Masters
Met een bachelor Natuur- en Sterrenkunde en een goed ingevulde profileringsruimte kan men zich voor vrijwel alle Natural Sciences Masters kwalificeren.
Binnen de Undergraduate School of Natural Sciences zijn naast evidente onderzoeksmasters zoals Mathematical Sciences, ook enigszins toepassinggeoriënteerde programma’s zoals Business Informatics en Science and Businees
Management.
2.10.2.2 Life Sciences Masters
De meeste master programma’s in Life Sciences veronderstellen een biologische,
biochemische of biomedische achtergrond, maar de programma’s Biomedical
Imaging Science, Neuroscience and Cogition en, in iets mindere mate, Theoretical Biology Bioinformatics (track van Molecular and Cellular Life Sciences) liggen
meer in de richting van natuurkunde. Als je geïnteresseerd bent in deze richtingen is het verstandig vroeg in het bachelorprogramma cursussen te kiezen uit
die richting voor een optimale aansluiting.
2.10.2.3 Overige UU programma’s
Voor informatie over het overige Master aanbod aan de Universiteit Utrecht kun
je kijken op de masterkiezerssite. Minder voor de handliggende maar wel mogelijke keuzes zijn een Master in de economische of sociaal wetenschappelijke richting.
2.10.3 Andere Nederlandse universiteiten
Met een Utrechts Natuurkunde Bachelordiploma kan men ook bij andere natuurkunde masters aan Nederlandse universiteiten terecht. Het is wel aan te raden
goed naar de inhoud van de verschillende programma’s te kijken. Houd er
hoofdstuk 2
rekening mee dat bij overstappen naar een MSc in een technische richting de
aansluiting niet vanzelfsprekend is.
2.11 STUDEREN IN HET BUITENLAND
Ga voor meer, ga op uitwisseling!
De opleiding Natuur- en Sterrenkunde is op het gebied van internationalisering
actief bezig. Ons uitgangspunt is dat studeren in het buitenland "er gewoon bij
hoort". Het model van de UU (profileringsruimte) is goed geschikt om hier gebruik van te maken. Bovendien biedt het feit dat de opleiding na 3 jaar met een
bachelordiploma afsluit vele mogelijkheden de studie in het buitenland voort te
zetten. Ter voorbereiding daarop is een 'semester abroad' een uitstekende gelegenheid.
Wanneer?
Het meest geschikt om op uitwisseling te gaan zijn het tweede semester van het
tweedejaar of het eerste semester van het derdejaar. Houd er wel rekening mee
dat het verstandig is alle verplichte onderdelen uit de major te hebben afgerond
voor het vertrek! Voor een masterstudent is de meest voor de hand liggende periode voor een verblijf in het buitenland het onderzoeksjaar. Vraag de begeleider
met wie wordt samengewerkt of er contacten zijn die een dergelijk verblijf in het
kader van het onderzoek qua begeleiding mogelijk maken.
Wat?
Bij een uitwisseling worden vaak cursussen gevolgd die anders zijn dan de cursussen hier, of die hier zelfs helemaal niet bestaan. Het is dus verstandig om nog
enige profileringsruimte (45 ec) over te hebben om eventueel te gebruiken voor
dit soort cursussen. Eén semester op uitwisseling betekent ongeveer 30 ec aan
cursussen. Hoe meer van deze vrije ruimte wordt ingezet, des te vrijer is de keuze van wat precies te doen.
Als men vakken tijdens zijn uitwisseling wil laten opnemen in de majorgebonden
keuzeruimte dan zal men bij terugkomst een verzoek in moeten dienen bij de
examencommissie van de bacheloropleiding. Het is aan te raden om van te voren
al in te laten schatten, door een studieadviseur, of de vakken die men op het oog
heeft in orde zijn.
Bij onderzoek tijdens de uitwisseling is een goede begeleiding van groot belang.
Wordt het gehele onderzoek buiten de deur gedaan dan is een tweede begeleider
hier in Utrecht noodzakelijk. Wordt maar een deel van het onderzoek elders gedaan, dan is het raadzaam hierover goede afspraken te maken met de afstudeerbegeleider.
Een uitgebreid overzicht van de uitwisselingsprogramma's en beurzen is te vinden op de website.
hoofdstuk 3
3 THE MASTER'S PROGRAMS
3.1 INTRODUCTION
When you are a Bachelors’ student, your final year is not only the year in which
you prepare to graduate, but also a year to finally consider what you will be doing next. This often boils down to one of the following three options:
- becoming a graduate student in a Master’s program in Utrecht, somewhere else
in the Netherlands, in Europe or abroad;
- seeking employment on the basis of your BSc degree;
- taking a 'gap year' period for travelling or jobbing.
Most students from the Bachelor's program in Physics and Astronomy will choose
the first option. This chapter of your study guide attempts at giving you some
overview of the offering of graduate programs in Utrecht that are accessible with
a BSc in Physics and Astronomy. A substantial number of foreign students enter
at the Master’s level. They come from all over the world, from inside the European Union as well as from Asia and the Americas. Therefore the language of instruction in all programs is English.
Offering in Utrecht
Utrecht University has organized its graduate programs in so-called Graduate
Schools. Graduate schools harbor MSc as well as PhD programs; in the Netherlands and most of Europe you must have obtained an MSc before you can start
on a PhD. The Faculty of Science is home to two graduate schools: the Graduate
School of Life Sciences and the Graduate School of Natural Sciences . Both are
offering programs that are of interest to students graduating in Physics and Astronomy.
Orientation and Applying
For all these programs you will have to apply before certain deadlines, and the
selection courses that you have completed for your BSc may influence your
chances to be accepted for one of these programs. As a result it is wise to start
thinking about what you want soon enough, for example during your second
year. Also start applying well ahead of time, especially if you want to do your
Master’s outside of Utrecht. Utrecht University and the Department of Physics
and Astronomy will organize several orientation events related to choosing your
Master’s. They will be announced on bulletin boards, the websites and electronic
newsletters. Make sure that you attend these events!
3.2 ADMISSIONS REQUIREMENTS
All Master's programs have a selection procedure. For the different Master's programs the admissions criteria are given in the Education and Exam Regulations
(OER) of the Graduate School available on the website of the School. For all programs the student should:
- have a completed Bachelor’s of Science
- be able to motivate their choice in writing, and possibly in an interview,
- have achieved competence in the English language.
For the particular Masters there are further criteria regarding the content of the
Bachelor's degree. These can be found in the OER.
hoofdstuk 3
Students with a completed BSc degree in Physics and Astronomy from Utrecht
University, who want to continue in an MSc here, will be guaranteed a place in
one of the following programs;
- Meteorology, Physical Oceanography and Climate;
- Nanomaterials: Chemistry and Physics;
- Particle Physics;
- Theoretical Physics.
Admission to any particular program is never automatic: you do need to apply.
3.3 APPLICATIONS AND DEADLINES
You can apply for admission to any of the programs of the Graduate School of
Natural Sciences by using a short form available at the Science information desk
in the Buys Ballot Building, room 184b or from your BSc study advisor. Your application should include a letter of motivation. You can hand in this form at the
information desk Science and they will also include a recent copy of your study
results.
For a start in September your application should be in preferably by March the
1st, but no later than June the 1st. For a start in February your application should
have been received preferably by September 1st but no later than December the
1st. In special circumstances your application can be considered after these
deadlines, depending on the leniency of the admissions committees.
Acceptance: As a result of your application you will hopefully get a 'Letter of
Acceptance' with which you can register for the program, or a 'Acceptance for 6
months' stating that you can start with the program but still need to complete
less than 15 ec for your BSc program within 6 months. If you do obtain your BSc
degree within that period you will be automatically accepted, if not then the
Graduate School will contact you and your study advisor.
Conditional Acceptance: Some students will receive a 'conditional Letter of
Acceptance' stating explicitly which conditions you need to satisfy to get an
unconditional acceptance. Such a letter can also list MSc courses that you will be
allowed to take. With a conditional letter you cannot yet register as a MSc
student, however if the Conditional letter of acceptance lists MSc courses you
requested for then you can register for these courses as a BSc student through
the Science information desk. These MSc courses will then count towards your
MSc degree and not towards your BSc degree.
Non-Acceptance: Finally there is a possibility that you will receive a 'Letter of
Non-acceptance' if you do not satisfy the admissions criteria.
3.4 DESCRIPTION OF THE PROGRAMS
The programs are described briefly below. Detailed and up-to-date information is
available on the web. We have only included those programs in which the
Department of Physics and Astronomy is also involved in terms of research
activities.
3.4.1 Nanomaterials: Chemistry & Physics
This programme can be taken towards a degree in Chemical Sciences or a degree
in Physics and Climate Science. The Master Nanomaterials: Chemistry & Physics
hoofdstuk 3
emphasizes the experimental aspec of research on nano-scale systems from the
perspectives of physics and/or chemistry.
Course part (1 year, 60 ec) :
Nanomaterials (SK-MNCCN)
Primary optional courses
Secondary optional courses
7,5 ec
22,5 ec
30 ec
Research part (1 year, 60 ec):
Thesis
60
ec
Primary optional courses are courses offered by the Debye Institute for Nanomaterials Science. The primary optional courses of this year are (for course descriptions see the university course cataloq):
Course code Course
Per./timeslot
NS-NM427M
Photon physics (P)
3,4/C
NS-NM429M
Soft condensed matter (P/C)
1,2/C
NS-TP432M
Modeling and simulation (P/C)
3,4/B
NS-NM431M
Computational quantum mechanics (P/C)
3,4/C
NS-NM433M
Topics in light & electron microscopy
1,2/D
NS-TP453M
Soft condensed matter theory (P)
3,4/D
GEO-SEP
Solar energy physics
4/A
SK-MAKC
Adsorption, kinetics and catalysis (C)
3/A
SK-MASPN
Advanced spectroscopy of nanomaterials (C)
1,2/A
SK-MOCHC
Organometallic chemistry (C)
3,4/D
SK-MOSS
Advanced organic synthesis strategies (C)
4/C
SK-MPC3
Advanced physical chemistry (C/P)
3/D
SK-MSOLS
Solids and surfaces (C)
2/C
SK-MSYNA
Synthesis of complex nanostructures (C)
1/B
Nanomaterials: catalysis, colloids and nanoSK-MNCCN
1/C
photonics (C/P)
The primary optional courses have a physics (P) and/or chemistry (C) signature.
Students working toward an MSc in Physics and Climate Science must choose
three primary optional courses with a physics signature (P or P/C).
Secondary optional courses can be level-three bachelor courses, i.e. to meet entry requirements (see below), or be chosen from the primary courses or all master's courses offered in the Faculty of Science. Alternatively, short or longer projec in industry, research institutes or university groups can be accommodated,
after approval by the programme management.
One year is devoted to the thesis project involving fundamental research in one
of the sections of the Debye Institute or, after approval by the program management, in FOM Institutes (AMOLF, DIFFER), industry (e.g. Philips) or abroad.
Course work and thesis research may overlap: it is intended that the student
joins the research group as early as possible in the programme.
To be admissible to the Master in Chemistry and Physics the prospective student
needs to have a completed Bachelor of Science with a major in physics, chemistry or a major in Science with a strong component in physics and/or chemistry.
hoofdstuk 3
For admission to the master's program Nanomaterials: Chemistry & Physics for a
degree in Physics and Climate Science, you should have completed two of the
following courses:
- Electrodynamica (NS-251B),
- Voortgezette mechanica (NS-350B),
- Moderne gecondenseerde materie (NS-352B),
- Klassieke veldentheorie (NS-364B),
- Voortgezette quantummechanica (NS-375B),
- Voortgezette statistische fysica (NS-370B).
More information: dr. A. Imhof
3.4.2 Experimental Physics
This Master’s programme offers courses on Experimental Physics, with a strong
emphasis on quantum matter. The courses describe our current understanding of
matter under extreme conditions, like at ultra-high or at ultra-low temperatures.
It specifically describes, how this knowledge has been obtained through state-ofthe-art experiments. The students study aspects of light-matter interaction,
condensed matter physics and the Standard Model of Particle Physics. Research
in this field is at the forefront of fundamental experimental physics. The Particle
Physics group in Utrecht focuses in particular on the strong interaction and the
Nanophotonics group focuses on Bose-Einstein condensation and light-matter interaction.
Some of the fundamental questions in Experimental Physics we would like to address are:
What are the building blocks of matter, how do they interact and how can we
study these interactions in the lab?
How does matter behave under extreme conditions, such as at ultra-low temperatures and at ultra-high temperatures?
How can the properties of the elementary constituents (particles) explain the
properties of matter as we know it?
How do light and matter interact on a length-scale smaller than the wavelength
of light?
The Particle Physics research is performed in international collaborations at research centres in the USA and in Europe. Nationally, the Particle Physics group
cooperates in the Nikhef consortium. For the teaching programme in the MSc
there is a strong cooperation with the Amsterdam universities. The nanophotonics group has strong ties to the FOM Institute AMOLF.
Courses:
Mandatory courses
Primary electives
Secondary electives
Research part
Total
Mandatory courses
Course code Course
NS-PP403M
Particle physics 1 (6 ec)
NS-EP427M
Photon physics
22,5 ec
22,5 ec
15 ec
60 ec
120 ec
Per./timeslot
hoofdstuk 3
NS-EX401M
Attendance
Experimental quantum physics
Experimenta physics colloquium (1,5 ec)
Primary electives
A choice from the following list of courses, with at least 6 ec in Nikhef Master
courses:
Course code Course
Per./timeslot
Utrecht courses:
NS-PP404M
Particle physics 2 (6 ec)
NS-NM431M
Advanced quantum modelling
NS-TP432M
Modelling and simulation
NS-TP401M
Quantum field theory (10 ec)
NS-TP402M
Statistical field theory (10 ec)
NS-PP402M
Strong interactions (6 ec)
Shared Nikhef
NS-PP405M
NS-PP406M
NS-PP427M
NS-PP428M
NS-PP429M
NS-PP430M
NS-PP431M
NS-PP432M
NS-PP433M
NS-PP434M
master courses:
Computational methods (6 ec)
CERN summer student program (6 ec)
Astroparticle physics (6 ec)
Particle detection (6 ec)
Nikhef project (6 ec)
Beyond the standard model (3 ec)
CP violation (3 ec)
Gravitational waves (3 ec)
Programming C++ (3 ec)
Statistical data analysis (6 ec)
Secondary electives
For the remaining 15 ec, several options are possible such as any MSc course offered by the Graduate Schools of Natural and Life Sciences or other courses,
such as 3rd year bachelor courses, with permission from the programme director, or an internship of at most 15 ec outside Utrecht University. Selection of
courses should be discussed with the program coordinators. Internships can start
as soon as the mandatory and primary elective courses have been finished, or
sooner with permission of the programme director.
Secondary electives can also be those courses required to fulfil the admission requirements in the case of deficiencies. The programme director decides which
courses need to be followed during the master’s programme. Deficiencies will be
stated in the Letter of Admission.
Research part
The student may start with his/her research project before the completion of the
mandatory courses with the permission of his/her supervisor. The research part
consists of a thesis project of 60 ec. Research is usually done at the Particle
Physics or Nanophotonics sections of the UU.
You should discuss the selection of primary and secondary optional courses with
Prof. R.J.M Snellings.
hoofdstuk 3
To be admissible to this program you should obtain a BSc degree with a substantial focus on physics and mathematics. For students who have a bachelor’s degree of Utrecht University: at least one of the following courses must have been
completed:
one course of
- Modern condensed matter (NS-352B)
- Subatomic physics (NS-369B)
The following course is strongly recommended
- Advanced quantum mechanics (NS-356B)
More information: Prof. R.J.M. Snellings
3.4.3 Meteorology, Physical Oceanography and Climate (MPOC)
The master's program in Meteorology, Physical Oceanography and Climate emphasizes the dynamical and physical aspec of the climate system, and the role of
atmospheric chemical trace species in the radiative balance of the Earth system.
The students have one full year of training in the basics of and interaction between the different components of the climate system, with emphasis on fundamental processes. Students can either specialize in meteorology, in the dynamics
of ice caps and glaciers, in physical oceanography, in atmospheric physics and
chemistry or in combinations of these. Interdisciplinary courses ensure that the
students obtain a broad overview of the dynamics, physics and chemistry of the
climate system.
Course part (1st year, 60 ec):
Dynamical oceanography (NS-MO401M)
Dynamical meteorology (NS-MO402M)
Atmospheric composition and chemical processes (NSMO405M)
7,5 ec
7,5 ec
7,5 ec
Primary optional courses
Secondary optional courses
15 ec or more
15 ec or less
Research part (2nd year, 60 ec):
Simulation of ocean, atmosphere & climate (NS-MO501M)
Making, analyzing and interpr.observations (NS-MO502M)
Thesis
7,5 ec
7,5 ec
45 ec
The primary optional courses of this year are (for course descriptions see the
university course cataloq):
Course code Course
Per./timeslot
NS-MO407M
Boundary layer meteorology
3,4/C
NS-MO408M
Climate and the hydrological cycle
3,4/D
NS-MO409M
Tipping points in the climate system
3,4/A
NS-MO427M
Ice and climate
2/B
NS-MO428M
Ocean waves
1,2/B
NS-MO434M
Current themes in climate change
3,4/C
NS-MO441M
Wave attractors
3,4/B
NS-MO442M
Remote sensing
3,4C
hoofdstuk 3
Secondary optional courses are all master's courses offered by the other institutes of the Department of Physics and Astronomy.
To be admissible to the master's program Meteorology, Physical Oceanography
and Climate the prospective student needs to have a completed Bachelor of Science with a major in Physics, or a major in Science with strong component in
physics. Students with a Bachelor in Physics and Astronomy from Utrecht University are, in general, admissible to this program. These students should have
completed elective BSc courses in fluid dynamics (geofysische stromingsleer NS353B), otherwise they will be required to take these courses in the MSc program.
More information: dr. A.J. van Delden
3.4.4 Theoretical Physics
In recent decades the developments of theoretical physics and mathematics have
been strongly intertwined. This may be illustrated by examples such as the close
relationship between the progress in string theory and that in super algebras and
the mathematics of Riemann surfaces; the inroads made into quantum gravity by
combinatorial and statistical methods, the successful description of particle physics by the non-abelian gauge theories of the standard model, the application of
conformal field theories in statistical mechanics of critical phenomena, and the
field theoretical descriptions of super fluids, quantum Hall systems, and Casimir
forces in (soft) condensed matter physics. At the heart of all of this is field theory
in its various guises. For this reason every student will receive a thorough training in field theory. He or she will be taught the fundamentals and be exposed to
its unifying power as well as to applications in various sub fields of theoretical
physics.
For talented students there is an option of completing a Masters in Mathematics
within approximately 6 months following your Masters in Theoretical Physics.
To enable you to do such a double degree in the given time: contact your studyadvisor during your first year and discuss the options with him.
Course part (1st year, 65 ec):
Quantum field theory (NS-TP401M)
10 ec
Statistical field theory (NS-TP402M)
10 ec
Primary optional courses
22,5 ec (3 courses) or more
Mathematics course
7,5 ec (1 course)
Secondary optional courses
15 ec (2 courses) or less
Research part (2nd year, 55 ec):
Student seminar (NS-TP501M)
10 ec
Research project with thesis (NS-TP510M) 45 ec
Theoretical physics colloquium (NS-TP502M): participation in 18 sessions is
required.
The primary optional courses (all 7,5 ec) of this year are (for course descriptions
see the university course cataloq):
Course code
Course
Per./timeslot
NS-TP428M
General relativity
1,2/D
NS-TP430M
Cosmology
3,4/C
NS-TP432M
Modeling and simulation
3,4/B
hoofdstuk 3
NS-TP433M
NS-TP451M
NS-TP453M
NS-TP530M
NS-TP526M
NS-TP529M
NS-TP531M
Advanced topics in theoretical physics I
Kramer’s college; Higher spin theory
Soft condensed matter theory
Advanced topics in theoretical physics II
String theory
Field theory in particle physics
Theory for technology (with TU/e)
3,4/A,C
3,4/B
3,4/D
1,2/A,C
3,4/C
3,4/D
1,2,3,4
Secondary optional courses are all master's courses offered within the Graduate
School of natural Sciences (e.g. experimental physics, chemistry and physics,
mathematics, computer science), including the primary optional courses of the
Theoretical Physics master program. A written master’s thesis and an oral
presentation invariably conclude the research project. This research is theoretical
and usually not only contains a literature study to get familiar with the subject,
but also a new topic on which original research is performed. As part of the research training, the student will also enhance his/her academic skills by following
the student seminar, where the students work through assignments and literature in an interactive and collaborative manner. This is done in plenary discussion sessions and/or small working groups, in which students give presentations
of their work.
To be admissible to the master's program Theoretical Physics the prospective
student needs to have a completed Bachelor of Science with a major in physics,
or a major in Science with strong component in physics. These students are
strongly recommended to have completed courses that contain the contents of
the following UU bachelor courses:
- Advanced quantum mechanics (Voortgezette quantummechanica, NS-375B)
- Advanced statistical physics (Voortgezette statistische fysica, NS-370B)
- Quantum matter (Kwantum materie, NS-371B)
- Classical Field Theory (Klassieke veldentheorie, NS-364B)
Students who did not pass such courses with high grades (average 7 or more)
are generally advised not to choose this Master's program.
There is no automatic admission to this program.
More information: prof. C. de Morais Smith or prof. R. van Roij
3.4.5 History and Philosophy of Science
The master's program in History and Philosophy of Science consists of two years
of training, teaching and research: one full year of solid training in history and
philosophy of science and the humanities, mostly in the form of seminars, and
another full year of research, at the end of which students submit a substantial
master’s thesis. The program is sufficiently broad and flexible to allow students
to tailor it to their particular interests and background. Apart from three core
courses, providing a general introduction at graduate level to the history and philosophy of science, and the history of the humanities, all courses in the program
are optional. By suitably choosing their courses, students can put together a program that emphasizes either the history or the philosophy of any specific branch
of science and the humanities as well interdisciplinary aspects. The philosophical
part of the program lays particular stress on fundamental issues in physics, biology, mathematics, mind, nature, and ethics.
hoofdstuk 3
Course part (1st year, 60 ects):
History, role and impact of the natural sciences
(NS-HP401M)
Philosophy of Science (NS-HP402M)
History, role and impact of the humanities
(OGVMV05006)
Primary optional courses
Secondary optional courses
Research part (2nd year, 60 ects):
Research Seminar (NS-HP501M)
Thesis
7,5 ec
7,5 ec
7,5 ec
30 ec (4 courses) or more
7,5 ec (1 course) or less
7,5 ec
52,5 ec
or 37,5 ec combined with an
internship (preferably
abroad) of 15 ec
Students who have shown academic promise in science, history, and/or philosophy, and who have acquired some basic knowledge of history and philosophy of
science or the humanities, considered sufficient by the admission committee, will
be eligible to apply.
To be admissible to the Masters in History and Philosophy of Science the prospective student needs to have completed either 1. a Bachelor’s degree in one of
the sciences, 2. a Bachelor’s degree in one of the humanities, 3. any other Bachelor’s degree.
There is no automatic admission into this program.
More information: prof. L.T.G. Theunissen
hoofdstuk 4
4 GENERAL INFORMATION ABOUT STUDYING
4.1 INTRODUCTION
In this chapter we will mention a few rules and regulations that are important for
all students. In full, these rules can be found in 'The teaching and examination
regulations' (OER) and the 'Student's Charter' (Studentenstatuut).
4.2 STUDY INFORMATION AND SUPERVISION
For information and supervision there are several places to turn to. Probably the
most important source of information is the science education page.
An other valuable source for study information is the science information desk
where you will find answers for your questions or help to find the right person to
turn to.
You can find this desk at the Buys Ballot Gebouw (BBG), room 184b, tel. 030 253
5555.
Students from the Bachelor's program can seek advice from their tutor (first year
students) or the study adviser mw drs. J. van Dijk. Appointments can be made at
the science information desk, tel. 030 253 5555.
For study related information about master's programs or advice about possible
bachelor research projec you can turn to the study advisers of the various
master's programs:
Nanomaterial: Chemistry & Physics: dr. A. Imhof
Experimental Physics: prof. R.J.M. Snellings
History and Philosophy of Science: prof. L.T.G. Theunissen
Meteorology, Physical Oceanography and Climate: dr. A.J. van Delden
Theoretical Physics: prof. C. de Morais Smith or prof. R. van Roij
4.3 DO’S AND DON’TS FOR COURSES AND EXAMS
NB. It is necessary to read your e-mail daily (also see note at the end of this
paragraph)
Course registration and -withdrawal:
1. Registering for or withdrawing from a course is done on Osiris.
2. Register for a course as soon as possible but at least one week before a new
period starts.
Note: Some departments of faculties of the university demand that you
strictly observe these times.
When you have registered for the course you are automatically registered for
the first exam, for the e-mail list of the course and (if present) for the
Blackboard module.
3. You can register for a maximum of 22 ec per block. If you wish to enroll in
more courses you have to make a request at the science information desk.
4. Withdrawal from a course is possible until one week after the course started.
If you do so you also have withdrawn from the exam. After one week you can
only withdraw at the science information desk. If you haven’t withdrawn from
a course you will receive an assessment.
hoofdstuk 4
Exams:
1. At the exam you have to identify yourself with an official document (student
card)
2. Information about 'in between' exams (time, place, result) will be communicated on Blackboard; information about the final exam (including the final result) will be on Osiris.
E-mail and forwards
All students of the UU have an e-mail address that ends with @students.uu.nl
called Solis mail. This address is used for mailings sent by the department or
the university. If you have other e-mail addresses you can also put a forward on
your Solis-mail: go to Solis-ugids.uu.nl and log in with your Solis-id.
4.4 APPROVAL OF COURSES/ACTIVITIES THAT ARE NOT PART OF A STANDARD
BSC OR MSC PROGRAM
For approval of such courses and activities as part of your BSc MSc, you need
permission of the exam committee Physics & Astronomy. To request this permission, fill out and submit a form, which can be downloaded here.
Further instructions can be found on the form itself. Your request needs to be
supported by your study advisor.
Requests for approval of courses and activities that are not part of a
standard BSc or MSc program should receive the exam committee no later than 6 weeks before your intended graduation date.
4.5 GRADUATION PROCEDURE
When you have passed all courses and other requirements for a bachelor or master then you can submit a request for a diploma. You will find the graduation
procedure on the internet.
The granting of the diploma is just an administrative and festive formality at
which family and friends are also invited. This activity takes place at the 'Academiegebouw' at the Domplein in Utrecht. In 2013/2014 we have the following examination dates :
Tuesday
Tuesday
Wednesday
Thursday
March
June
Septembre
Novembre
18
3
17
27
2014
2014
2014
2014
12.00
13.00
11.00
11.00
hour
hour
hour
Hour
If you want to graduate in a month in which there is no ceremony, you can get a
certificate, stating that you fulfilled all obligations for your degree.
To obtain this you have to turn to the secretary of the exam committee.
This certificate can be important for accepting a PhD position or a job.
If you want to withdraw from the graduation you have to report this as soon as
possible to the Science information desk.
Guideline for determining the honours designation of the master’s degree.
hoofdstuk 4
For this, consult the conditions in the 'Onderwijs en Examenreglement' (OER),
for BSc: Bachelor-OER
for MSc: Master-OER
4.6 COMPLAINTS
If you have complaints about exams, assessments, treatment by teachers, etc.
you can turn to the secretary of the exam committee.
hoofdstuk 5
5 COURSE LIST
Zie de onderwijscatalogus.
Hoofdstuk 6
6 BELANGRIJKE ADRESSEN
Universiteit Utrecht
Heidelberglaan 8, 3584 CS Utrecht. Postbus 80.125, 3508 TC Utrecht, (030) 253
3550 (algemene informatielijn).
Natuur- en Sterrenkunde
De bacheloropleiding Natuur- en Sterrenkunde maakt deel uit van de Undergraduate School (UGS) van de faculteit Bètawetenschappen.
De zorg voor de inhoud en kwaliteit van de opleiding ligt bij de opleidingsdirecteur dr. A.M. Vredenberg. De zorg voor de bemensing en financiering van het
onderwijs ligt bij de onderwijsdirecteur prof. G.T. Barkema.
♦ Onderwijsinstituut van de opleiding Natuur- en Sterrenkunde
Minnaertgebouw, Leuvenlaan 4, Postbus 80.195, 3508 TD Utrecht.
Onderwijscoördinator: mevr. P. Wilmes, (030) 253 3610/1046
♦ Studiepunt Bètawetenschappen
Geopend van maandag t/m vrijdag tussen 10.00 – 13.30 uur.
Buijs Ballotgebouw, kamer 184b, Princetonplein 5,
Postbus 80.195, 3508 TD Utrecht, (030) 253 5555.
♦ Studieadviseurs
- 1e jaars bachelornatuurkunde
- 2e en 3e jaars NAST
- Twinstudenten
- History and Philosophy of Science
- Meteorology, Physical oceanography and Climate
- Nanomaterials: chemistry and phisics
- Experimental Physics
- Theoretical Physics
mw.drs. J. van Dijk
drs. J.N.C. Koeckhoven
mw.drs. M.M. Brands
prof. L.T.G. Theunissen
dr. A.J. van Delden
dr. A. Imhof
prof. R.J.M. Snellings
prof. C. de Morais Smith
♦ A-Eskwadraat
Buys Ballotgebouw, kamer 2.61, (030) 253 4499.
♦ Studenten Overleg Natuur- en Sterrenkunde (SONS)
Buys Ballotgebouw, kamer 7.73, (030) 253 4049. Elke dinsdag is er om 12.45
uur overleg in het Minnaertgebouw, kamer 133.
Informatiebalie Studenten Service
Geopend van maandag t/m vrijdag tussen 10.00-12.00 uur en 13.00–15.00 uur,
(030) 253 7000.
Informatie Beheer Groep
Herman Gorterstraat 40, 3511 EW Utrecht, (050) 599 7755 of www.ib-groep.nl
Hoofdstuk 6
Year Schedule 2013-2014
Week
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
Date Monday
Aug. 19
Aug. 26
Sep. 2
Sep. 9
Sep. 16
Sep. 23
Sep. 30
Oct. 7
Oct. 14
Oct. 21
Oct. 28
Nov. 4
Nov. 11
Nov. 18
Nov. 25
Dec. 2
Dec. 9
Dec. 16
Dec. 23
Dec. 30
Jan. 6, 2014
Jan. 13
Jan. 20
Jan. 27
Feb. 3
Feb. 10
Feb. 17
Feb. 24
March 3
March 10
March 17
March 24
March 31
April 7
April 14
April 21
April 28
May 5
May 12
May 19
May 26
June 2
June 9
June 16
June 23
June 30
July 7
July 14
July 21
July 28
Aug. 4
Aug. 11
Aug. 18
Aug. 25
Sep. 1
Mo
Tue
Wed
Thu
Retakes block 4
Introduction
Fr
**
Exam week block 1
vkc
Ke
Nwj
Ke
Retakes bl. 1
Exam week block 2
Retakes block 2
Exam week block 3
Pa
Gvr
5 mei
Hem
Pink
Exam week block 4 & retakes block 3
Retakes block 4
Introduction
Date Friday
Aug. 23
Aug. 30
Sep. 6
Sep. 13
Sep. 20
Sep. 27
Oct. 4
Oct. 11
Oct. 18
Oct. 25
Nov. 1
Nov. 8
Nov. 15
Nov. 22
Nov. 29
Dec. 6
Dec. 13
Dec. 20
Dec. 27
Jan. 3, 2014
Jan. 10
Jan. 17
Jan. 24
Jan. 31
Feb. 7
Feb. 14
Feb. 21
Feb. 28
March 7
March 14
March 21
March 28
April 4
April 11
April 18
April 25
May 2
May 9
May 16
May 23
May 30
June 6
June 13
June 20
June 27
July 4
July 11
July 18
July 25
Aug. 1
Aug. 8
Aug. 15
Aug. 22
Aug. 29
Sep. 5
Hoofdstuk 6
Legend:
Introduction Sept. 2 - Sept. 4
**
Start classes: Thursday Sept. 5
Ke
Nwj
GVr
Pa
Kon
5 mei
Hem
Pink
Holidays:
Christmas
New Year
Good Friday
Easter
Kings birthday
Liberation Day
Ascension Day
Pentecost
vkc
December 25+26
January 1
April 18
April 20+21
April 27
May 5
May 29+30
June 8+9
Voorlichting keuzecursussen 1e jaar
Eerstejaars tutorgesprek A
wk 37+38
Eerstejaars tutorgesprek B
wk 2,3+4
Eerstejaars tutorgesprek C
wk 18,19+20
Timeslots:
Monday
Morning
09.00-10.45
Aa
Morning
11.00-12.45
Ab
lunchtime from 12.45 till 13.15 hr
Afternoon
13.15-15.00
Ca
Afternoon
15.15-17.00
Ca
Afternoon
17.15-19.00
C
Tuesday
Wednes.
Thursd.
Friday
Ba
Ab
Ca
Da
Bb
Aa
Cb
Db
Cb
Da
Ba
Db
Cb
Da
Bb
Db
A
D
B
X